Ik heb zojuist namens het bestuur onze advocaat gevraagd om
te proberen om de Catherina zaak nog langer in de wacht te houden.
Nadat het
strategische belang al eerder in de TaskForce was besproken, heeft het BBZ
Bestuur besloten dat het te vroeg is om de zaak te schikken. Een schikking
wordt pas een optie als we concrete toenadering zien van Deense zijde.
Zowel het Tribunaal als het Hof moeten bereid zijn om de
zaak nog langer te pauzeren. Dat wordt dus nog even afwachten.
Het is belangrijk voor ons om nu de zaak zo lang mogelijk te
rekken, op zijn minst tot duidelijk wordt wat er allemaal uit Brussel komt. Wij
hebben het Deense Hof gevraagd om prejudiciële vragen te stellen (onze enige
kans om bij het Europese Hof van Justitie te komen), maar de inschatting is dat
de rechter daar niet in mee wil en zelf wel tot een interpretatie van het EU recht
kan komen. Onze hoop is dus steeds meer gevestigd op de Brusselse ontwikkelingen
en dan doel ik op zowel de inbreukprocedure als het wetgevingstraject.
In de tussentijd moeten we op zoek naar geld (voor de
rechtszaak), mogelijke openingen (om eens met die Denen te praten) en tijd (om
de nieuwsbrief voor de Zeevaart af te maken).

