Het belangrijkste nieuws uit het tripartite overleg met IVW,
BBZ en RH kwam van DGLM: de voorschriften voor zeilschepen zullen niet ondergebracht worden in een
aparte richtlijn. De bestaande richtlijn 2009/45 zou aangepast en opgerekt
worden om internationale vaart mogelijk te moeten maken. DGLM heeft dit
opgemaakt uit berichten van de Commissie. Niet duidelijk is geworden of de internationale vaart alleen voor zeilschepen zou gelden.
Wij (en Nederland) zijn voor een aparte richtlijn. De internationale vaart is voor ons heilig en hoe je dat moet realiseren in een richtlijn die juist voor de nationale vaart is, is onduidelijk.
Of de
Commissie om pragmatische redenen zou hebben gekozen voor een aanpassing van
2009/45 of om politieke, is onbekend.
We zullen de consultatieronde moeten
afwachten om te zien wat het allemaal heeft opgeleverd. De consultatie zal
eerder plaatshebben dan verwacht, mogelijk zelfs nog in december of januari.
Ik hoop van harte, dat de BBZ inmiddels al heel hard aan de alarmbel getrokken heeft bij de Tweede Kamer en het Europees Parlement en hiermee niet wacht tot de consultatieronde, want dan is het waarschijnlijk te laat.
BeantwoordenVerwijderen1. Als 2009/45/EC aangepast wordt voor internationale vaart betekent dit, dat zeilschepen voor internationale vaart 2 certificaten nodig hebben: één voor internationale vaart binnen Europa en één voor internationaal varen buiten Europa.
In het slechtste geval dus (1) een Europees certificaat voor dagtochten (meer passagiers, beperkt vaargebied), (2) een Europees certificaat voor internationale reizen binnen Europa, (3) een SPS-certificaat voor internationale reizen buiten Europa en (4) een CvD omdat dat nu eenmaal het enige certificaat voor zeilschepen is wat in de Nederlandse wet opgenomen is.
2. De SPS-code wordt voor zeilschepen en sail-training schepen die onder de vlag van een EU-lidstaat varen onmogelijk gemaakt voor internationale vaart binnen Europa. Voor zeilschepen van buiten de EU blijft de SPS-code wél een optie. Daarmee worden de Europese schepen ernstig benadeeld.
3. Juridisch kan het niet anders dan een gedrocht worden: veiligheidseisen voor internationale zeevaart zijn het werkterrein van de IMO. Nederland is gebonden aan de verdragen en afspraken die daar gemaakt worden. Hoe valt dit te rijmen met wellicht tegenstrijdige Europese voorschriften?
Deze valkuil kan, juridisch gezien, door de EC alleen omzeild worden door de Europese certificaten te beperken tot internationale vaart tot 20 mijl uit de kust en voor internationale vaart meer dan 20 mijl uit de kust SOLAS voor te schrijven (net als in 2009/45/EC nu al voor Categorie A schepen -meer dan 20 mijl uit de kust- vereist wordt). Daar zijn we dan mooi klaar mee.
Kritische en zorgvuldig geformuleerde kamervragen aan de minister en wel zo snel mogelijk, en zo DGLM proberen te dwingen om bij de EC te protesteren nog voor er een definitief voorstel ligt.
Gezien het feit dat de BBZ blijkbaar weer braaf aan het handje van het Ministerie loopt waarschijnlijk ijdele hoop.
Dat komt op mij over als de deense variant. Die van "een zeilschip is gewoon een motorboot met een raar soort vlaggenmasten erop"
BeantwoordenVerwijderen