Translate

29 maart 2012

Antwoorden van de minister


Hieronder de antwoorden van de minister. Over een mogelijk vervolg wordt nog gesproken. Daarover later vast meer.

(foto Volkskrant)
Geachte voorzitter,

Hierbij beantwoord ik de vragen die de leden De Rouwe en Van Hijum (CDA) hebben gesteld over de inspectie van Nederlandse zeilschepen in Duitsland.

1] Weet u dat Nederlandse zeezeilschepen veelvuldig in Duitsland worden gecontroleerd door de Wasserschutzpolizei en dat sommige schepen tot 6 maal toe in evenzoveel maanden zijn geïnspecteerd?


1] Dat is mij bekend.

2] Deelt u de opvatting dat de inspectie van buitenlandse zeeschepen een taak is die overeenkomstig de Havenstaatrichtlijn (2009/16/ec) uitgevoerd dient te worden en dat de controles van de Wasserschutzpolizei op het gebied van frequentie, verslaglegging en kennis van de inspecteurs op gespannen voet staan met deze richtlijn?


2] Ik deel de opvatting dat de inspectie van buitenlandse zeeschepen een taak is die primair overeenkomstig de Havenstaatrichtlijn (2009/16/ec) uitgevoerd dient te worden. Daarnaast kunnen controles op de naleving van de ISPS Code (International Ship and Port Facility Security Code) worden verricht door de lokale bevoegde autoriteit voor maritieme beveiliging, in plaats van door havenstaatcontrole inspecteurs. In Duitsland is de Wasserschutzpolizei de bevoegde autoriteit voor deze controles. Het is niet aan mij om te beoordelen of de praktische uitvoering van deze controles door de Wasserschutzpolizei op gespannen voet staat met Europese regelgeving, dat is aan de Europese Commissie.

3] Deelt u de opvatting dat de controle op de naleving door schepen van de internationale normen op het gebied van veiligheid en voorkoming van verontreiniging in de eerste plaats de taak van de vlaggenstaat is en dat geschillen tussen landen over de interpretatie van deze normen ook de vlaggenstaat aangaan?

3] Een vlaggenstaat is primair verantwoordelijk voor de controle op de naleving van internationale normen op het gebied van veiligheid, voorkoming van verontreiniging en leef- en werkomstandigheden aan boord[1] van schepen onder haar vlag. Daarnaast bestaat het systeem van Havenstaatcontrole, als tweede verdedigingslinie tegen schepen die niet aan de normen voldoen. Het besluit om een schip al dan niet te inspecteren en aan te houden wordt genomen door de havenstaat. In de richtlijn Havenstaatcontrole is bepaald[2] dat de vlaggenstaat in geval van aanhouding door de havenstaat in kennis dient te worden gesteld. Geschillen tussen landen over de interpretatie van internationale regelgeving kunnen in diverse gremia en bilateraal besproken worden. Zo heb ik tijdens de transportraad van 22 maart 2012 mijn Duitse ambtgenoot Ramsauer gesproken over deze kwestie (zie ook antwoord 6).

4] Deelt u de opvatting dat de Nederlandse autoriteiten, in gesprek moeten gaan met haar Duitse counter part over de controles door de Wasserschutzpolizei?

4] Ja. In Nederland heeft eerst overleg plaatsgevonden met de branchevereniging BBZ. Deze heeft hierna als eerste contact opgenomen met de Duitse inspectiedienst die deze inspecties geïnitieerd heeft, de BSH (Bundesamt fur Seeschifffahrt und Hydrographie). Daarnaast is er vanuit de Inspectie en vanuit mijn maritieme beleidsdirectie meerdere keren contact geweest met de Duitse autoriteiten, tot nu toe zonder resultaat. Daarom heb ik besloten tot het sturen van een brief over deze kwestie aan mijn Duitse ambtgenoot. Zie ook mijn antwoord op vraag 6.

5] Deelt u de opvatting dat, in het licht van de inspanningen van de Europese Commissie om tot nieuwe wetgeving voor zeilschepen te komen en in het licht van de lopende infractieprocedure van de Europese Commissie tegen de Deense Staat over de interpretatie van internationale normen voor zeilschepen, de Nederlandse vlaggenstaat bij de Duitse autoriteiten ten minste zou moeten aandringen op terughoudendheid?

5] Ja, en dat is ook gebeurd. Zie mijn antwoord op vraag 6.

6] Deelt u de opvatting dat het de inzet zou moeten zijn om vόόr begin april, wanneer de schepen richting de Oostzee vertrekken, tot een verstandhouding te komen om te voorkomen dat de zeilschepen onnodig gehinderd worden?

6] Ja. Hiertoe heb ik een brief aan mijn Duitse collega Ramsauer gestuurd, waarin ik aandring op terughoudendheid en zijn medewerking vraag om te voorkomen dat bij de start van het nieuwe vaarseizoen eind maart, onnodige problemen ontstaan in Duitse havens. Deze lijn heb ik nogmaals onder zijn aandacht gebracht in een bilateraal gesprek tijdens de transportraad 22 maart jongstleden.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,
mw. drs. M.H. Schultz van Haegen


[1] Zie ook overweging 6 bij Richtlijn 2009/16/EC
[2] Zie ook art. 19, lid 6, Richtlijn 2009/16/EC

21 maart 2012

De Ruiter


Dinsdag was Willem de Ruiter bij de BBZ op bezoek. De Ruiter was tot voor kort directeur van de EMSA. Nu is hij Trustee van de STI en in die hoedanigheid kwam hij bij ons langs. Bij de STI zal hij zich bezig gaan houden met regelgeving.
Helemaal los van de EMSA is hij nog niet want waarschijnlijk zit hij de hoorzitting voor in april die over de nieuwe richtlijn gaat voor (oa) de zeilvaart.
Zijn bezoek was leerzaam. Zo sprak hij zijn vermoeden uit dat de richtlijn zoals die in september aan het Parlement wordt aangeboden waarschijnlijk nog geen gedetailleerde technische voorschriften zal bevatten maar alleen het kader zal schetsen. De details zullen dan vermoedelijk pas daarna worden uitgewerkt. Ik heb daar vandaag met het ministerie over gebeld en die beaamden desgevraagd dat dat tot de mogelijkheden behoort.
Wel, we zullen zien. De BBZ heeft een gesprek aangevraagd met de Commissie en hopelijk horen we daar meer.

Belangen


De BBZ is uitgenodigd om aan reguliere gesprekken deel te nemen tussen de overheid, klassebureaus en bedrijfsleven in de zeevaart. Wat in de binnenvaart al jaren de usance is (OTNB) gaat nu ook eindelijk voor de zeevaart gelden. Dat wil zeggen, die overleggen waren er wel, maar de BBZ was er niet voor uitgenodigd. Wij overlegden 1 op 1 met de overheid en met anderen. Dat is nu niet voldoende meer. Door de jarenlange bezuinigingen  en de verdere uitkleding van het ministerie IenM is het nu al zo ver dat de KVNR taken van het ministerie over neemt en dus ook namens ons (ook bedrijfsleven) aan IMO of andere overleggen deelneemt. De minister blijft wel verantwoordelijk, maar helemaal gemakkelijk voel ik me er niet bij dat de reders ook over onze belangen zitten te onderhandelen zonder dat wij daar weet van hebben en zonder dat wij weten of zij wel weten wat onze belangen zijn. Enfin, u snapt wat ik bedoel.
Welnu, de hoop is dat als de BBZ deel gaat nemen aan die reguliere overleggen wij een beter zicht krijgen op wat er internationaal speelt en hoe onze belangen het beste kunnen worden gediend.

Over de inhoud van het gesprek, de agenda, hoop ik snel meer te kunnen melden.

15 maart 2012

Vragen in Den Haag en Brussel



Het schijnt dat de Wasserschutzpolizei weinig aanleiding lijkt te zien om zich anders op te gaan stellen in het komende jaar. Ik vang trouwens steeds vaker berichten op uit de binnenvaart waar men ook hinder ondervindt van controles van de WSP en over mislukte pogingen om daar verandering in aan te brengen.

Wat wij willen is een gesprek met de Duitse autoriteiten. Is dat teveel gevraagd? Als er verschillen zijn over de interpretatie van verdragen en voorschriften dan willen we daar best een tijdelijke en pragmatische oplossing voor treffen.

Sander de Rouwe van het CDA heeft kamervragen gesteld over de controles in Duitsland en Corien Wortmann deed hetzelfde in het Europees parlement. Nu zien of de (mogelijke) bemoeienis van onze minister en mogelijk ook de Europese Commissie wel als een aanleiding zullen worden gezien door de WSP.

13 maart 2012

Rechtszaak langer geparkeerd


De rechtbank in Kopenhagen heeft het verzoek van de BBZ om de rechtszaak nog langer  te parkeren gehonoreerd. De BBZ had dat verzoek gedaan om de ontwikkelingen in Brussel en de infractieprocedure af te wachten.
Het Tribunaal, onze tegenpartij, wilde liever doordrukken met de zaak. Voor de rechtbank had zij beweerd dat de infractieprocedure en de rechtszaak inhoudelijk niets met elkaar te maken hadden. De timing van de Commissie om publiek bekend te maken dat het 'met redenen omkleed advies' was verstuurd aan de Deense regering, kon voor ons dus niet beter zijn. Onze advocaten hoefden nu alleen het persbericht van de Commissie te produceren en onder de neus van de rechter te schuiven. Beteuterde gezichten bij de advocaten van het Tribunaal natuurlijk. Ze waren ‘not amused’.

03 maart 2012

Hulp van het CDA

Uit de Leeuwarder Courant:

Nab, Heldoorn,  Wortmann, Poelmann
CDA: zeezeilschepen moeten overal in Europa kunnen varen

Vandaag wordt het zwartboek over de problemen van de Nederlandse traditionele zeezeilschepen in de Oostzee door de Vereniging van Beroepschartervaart (BBZ) overhandigd aan CDA-Europarlementariër Corien Wortmann. Dit zwartboek neemt zij in ontvangst, mede namens CDA- Kamerleden Sander de Rouwe en Eddy van Hijum. Traditionele zeezeilschepen uit Nederland worden vanwege hun vermeende onveiligheid in Duitse en Deense havens aan de ketting gelegd. Beide landen menen dat internationale veiligheidseisen die zijn bedacht voor cruiseschepen ook van toepassing verklaard moeten worden op traditionele zeezeilschepen. Dit leidt tot grote en kostbare aanpassingen, die het historische karakter van de schepen aantast en de exploitatie onder druk zet. Van Hijum: ‘Er moet nu snel een oplossing komen’. De CDA-ers hebben hierover vragen gesteld aan zowel minister Schultz als de Europese Commissie.

Over de certificering van traditionele zeilschepen op de internationale vaart is al lange tijd veel te doen en de parlementariërs hebben de problemen al vaker aangekaart, zowel in de Tweede Kamer als in het EP. Op Europees niveau proberen de BBZ en Corien Wortmann duidelijkheid te krijgen over de rechten van deze schepen en niet geheel zonder succes. Zo is de Europese Commissie een inbreukprocedure gestart tegen de Deense Staat omdat zij (net als de Duitse overheid) de Nederlandse schepen de toegang willen weigeren. Bovendien wordt er in Brussel nu gewerkt aan nieuwe Europese wetgeving voor zeezeilschepen. "Juist daarom is het vreemd dat de Duitse Wasserschutzpolizei, met ongekend enthousiasme de Nederlandse zeilschepen controleert, terwijl er eigenlijk een status quo was afgesproken totdat er meer duidelijkheid is", aldus Wortmann.

De Nederlandse zeilvloot is het zat om in Duitsland steeds weer door de Wasserschutzpolizei (WSP) gecontroleerd te worden. De frequentie van de controles, de aard van de door de WSP geconstateerde overtredingen en het gebrek aan samenwerking tussen Duitse overheidsinstanties hebben afgelopen jaar tot grote frustraties geleid. Verzoeken om met de Duitse overheid afspraken te maken voor het komende seizoen hebben tot niets geleid.

De BBZ vraagt al enige tijd om een gesprek tussen de betrokken overheden en om een pragmatische oplossing voor het komende seizoen. Zij hopen daarmee te voorkomen dat de schepen onnodig lastig gevallen en gehinderd worden bij het uitvoeren van hun werk, terwijl er in Brussel aan nieuwe regels voor zeilschepen wordt gewerkt. Om aandacht te vragen voor dit probleem wendt de BBZ zich tot het CDA in de Tweede Kamer en in het Europees Parlement. Sander de Rouwe en Eddy van Hijum hebben naar aanleiding van dit zwartboek vragen gesteld aan de minister en Corien Wortmann zal de Europese Commissie oproepen om actie te ondernemen.