Tijdens de
consultatieronde van de Commissie intensief met bij EMH aangesloten Europese
zusterorganisaties samen gewerkt. Goed om te zien dat een aantal voor de BBZ
belangrijke standpunten door de anderen werden gedeeld. Zo heeft ook EMH zich
uitgesproken voor een aparte Richtlijn in plaats van ondergebracht te worden in
RL 2009/45. Ook de door de Commissie voorgestane scheiding tussen historische schepen en zeilschepen is overgenomen (volgens EMH mag een schip overigens beiden tegelijk zijn).
Het is nog
niet gelukt om steun te vinden voor de precieze invulling van die aparte Richtlijn. De
BBZ heeft geprobeerd om voor het eigen voorstel,
zoals wij dat eerder al bij de Commissie hebben ingeleverd, EMH goedkeuring te verkrijgen. Dat is nog even een brug te ver. Of dat komt omdat het lastig is om in al
die landen steun te krijgen van de leden voor een zo gedetailleerd voorstel of
omdat men bij een zo gevoelig onderwerp liever het initiatief over laat aan de Commissie, is mij niet helemaal duidelijk geworden. Feit is dat het in deze fase niet is gelukt.
EMH heeft zich dan ook beperkt tot de hoofdlijnen en die vallen wat de BBZ en EMH betreft goed samen. Tot nu toe is EMH er goed in geslaagd om samen toch consensus te vinden. Dat neemt niet weg dat er onderlinge verschillen zijn die soms weer even opspelen. Die verschillen zijn deels cultureel bepaald en dus per definitie
niet zomaar af te schudden.
Zo is het in
de discussie over de certificering van schepen in sommige landen erg belangrijk
om steeds het Historische argument te benoemen. In Nederland speelt dat veel
minder wat overigens niet wil zeggen dat de Nederlandse vloot minder historisch
is.Vaak hebben organisaties de neiging om de definitie (want dat hoort daar dan natuurlijk bij) zo eng mogelijk te maken om de eigen bijzondere status te bevestigen. Het wel of
niet commercieel varen is er ook zo een. In een reflex wordt vaak snel weer genoemd
dat historische schepen alleen in aanmerking mogen komen voor iets aparts als
ze niet commercieel zijn. Ik schrijf ‘reflex’ omdat door de intensieve
discussie (en een paar rechtszaken die hebben geholpen) vrijwel iedereen nu de
Nederlandse benadering verkiest en EMH dat inmiddels ook als standpunt heeft. Toch valt men soms, in een moment van
onoplettendheid, weer even terug in de oude modus.
Andere landen hebben
weer veel opgehangen aan Sail Training en geloven (omdat zij nu eenmaal in dat
systeem groot geworden zijn) dat zij de beste benadering hebben. Zij zullen dan
ook vaak, weer in een reflex, zeggen dat als je met passagiers vaart of zeilt,
toch echt een SOLAS papier moet hebben. Een Sail Training schip vaart immers
niet met passagiers maar met uitsluitend bemanning ( volgens sommigen), of
trainees (volgens weer anderen). In zo’n geval moet de discussie toch weer
opnieuw gevoerd worden. “Onze passagiers
zijn op de internationale tochten ook geen passagiers in de SOLAS zin van het
woord." "Jullie schepen varen tijdens de maritieme evenementen
ook dagtochten en die ‘trainees’ stuur je ook niet het want in.”
Enfin, de bekende argumenten. Uiteindelijk komen we er steeds weer uit. Ik heb mezelf al
heel wat keren in zo’n beginselen discussie bevonden, ook op het dossier
binnenvaart, daar gaat het precies hetzelfde. Binnen EMH zoeken we steeds naar
een formulering waar we ons allemaal in kunnen vinden en regelmatig moeten we
weer even herhalen hoe we ook weer tot die formulering waren gekomen. Zo gaat
dat. En gelukkig gaat het steeds beter.
Zouden wij Nederlanders
ook zo onze cultureel bepaalde beperkingen/reflexen hebben? Vast niet.
Een ding dat
we zeker tegen hebben, is onze reputatie, zo lijkt het. Ik schreef al eerder (blog maart)over
het bezoek van Willem de Ruiter, ex directeur van EMSA. Hij vertelde dat de Nederlandse
vloot in Europees ambtenarenland bekend staat als de vloot van de ‘cowboys’.
Nederlanders zouden het altijd het beste weten en niet aarzelen om iedereen daar gevraagd en
ongevraagd steeds aan te herinneren. Gehaaid. Die reputatie, of hij nu terecht is of niet, werkt niet altijd
in het voordeel van de vloot volgens De Ruiter.
Een dergelijk
signaal negeren zou onverstandig zijn, zeker als het een bevestiging is van
eerdere signalen. We proberen er ook rekening mee te houden en onze (maar
misschien moet ik het hier over mezelf hebben), ik bedoel dus, mijn
culturele reflexen te onderdrukken. Misschien een beetje meer de soft power benadering kiezen. of, om een
voetbalmetafoor te gebruiken (en dat is gepast want daar zijn wij Nederlanders nu
eenmaal het beste in): In plaats van zelf op de keeper af te gaan is het soms effectiever
om een assist te geven en de beter gepositioneerde spits te bedienen.

