Translate

09 juli 2012

De assist


Tijdens de consultatieronde van de Commissie intensief met bij EMH aangesloten Europese zusterorganisaties samen gewerkt. Goed om te zien dat een aantal voor de BBZ belangrijke standpunten door de anderen werden gedeeld. Zo heeft ook EMH zich uitgesproken voor een aparte Richtlijn in plaats van ondergebracht te worden in RL 2009/45. Ook de door de Commissie voorgestane scheiding tussen historische schepen en zeilschepen is overgenomen (volgens EMH mag een schip overigens beiden tegelijk zijn).
Het is nog niet gelukt om steun te vinden voor de precieze invulling van die aparte Richtlijn. De BBZ heeft geprobeerd om voor  het eigen voorstel, zoals wij dat eerder al bij de Commissie hebben ingeleverd, EMH goedkeuring te verkrijgen. Dat is nog even een brug te ver. Of dat komt omdat het lastig is om in al die landen steun te krijgen van de leden voor een zo gedetailleerd voorstel of omdat men bij een zo gevoelig onderwerp liever het initiatief over laat aan de Commissie, is mij niet helemaal duidelijk geworden. Feit is dat het in deze fase niet is gelukt.

EMH heeft zich dan ook beperkt tot de hoofdlijnen en die vallen wat de BBZ en EMH betreft goed samen. Tot nu toe is EMH er goed in geslaagd om samen toch consensus te vinden. Dat neemt niet weg dat er onderlinge verschillen zijn die soms weer even opspelen. Die verschillen zijn deels cultureel bepaald en dus per definitie niet zomaar af te schudden.
Zo is het in de discussie over de certificering van schepen in sommige landen erg belangrijk om steeds het Historische argument te benoemen. In Nederland speelt dat veel minder wat overigens niet wil zeggen dat de Nederlandse vloot minder historisch is.Vaak hebben organisaties de neiging om de definitie (want dat hoort daar dan natuurlijk bij) zo eng mogelijk te maken om de eigen bijzondere status te bevestigen. Het wel of niet commercieel varen is er ook zo een. In een reflex wordt vaak snel weer genoemd dat historische schepen alleen in aanmerking mogen komen voor iets aparts als ze niet commercieel zijn. Ik schrijf ‘reflex’ omdat door de intensieve discussie (en een paar rechtszaken die hebben geholpen) vrijwel iedereen nu de Nederlandse benadering verkiest en EMH dat inmiddels ook als standpunt heeft.  Toch valt men soms, in een moment van onoplettendheid, weer even terug in de oude modus.
Andere landen hebben weer veel opgehangen aan Sail Training en geloven (omdat zij nu eenmaal in dat systeem groot geworden zijn) dat zij de beste benadering hebben. Zij zullen dan ook vaak, weer in een reflex, zeggen dat als je met passagiers vaart of zeilt, toch echt een SOLAS papier moet hebben. Een Sail Training schip vaart immers niet met passagiers maar met uitsluitend bemanning ( volgens sommigen), of trainees (volgens weer anderen). In zo’n geval moet de discussie toch weer opnieuw gevoerd worden.  “Onze passagiers zijn op de internationale tochten ook geen passagiers in de SOLAS zin van het woord." "Jullie schepen varen tijdens de maritieme evenementen ook dagtochten en die ‘trainees’ stuur je ook niet het want in.”
Enfin, de bekende argumenten. Uiteindelijk komen we er steeds weer uit. Ik heb mezelf al heel wat keren in zo’n beginselen discussie bevonden, ook op het dossier binnenvaart, daar gaat het precies hetzelfde. Binnen EMH zoeken we steeds naar een formulering waar we ons allemaal in kunnen vinden en regelmatig moeten we weer even herhalen hoe we ook weer tot die formulering waren gekomen. Zo gaat dat. En gelukkig gaat het steeds beter.
Zouden wij Nederlanders ook zo onze cultureel bepaalde beperkingen/reflexen hebben? Vast niet.
Een ding dat we zeker tegen hebben, is onze reputatie, zo lijkt het. Ik schreef al eerder (blog maart)over het bezoek van Willem de Ruiter, ex directeur van EMSA. Hij vertelde dat de Nederlandse vloot in Europees ambtenarenland bekend staat als de vloot van de ‘cowboys’. Nederlanders zouden het altijd het beste weten en niet aarzelen om iedereen daar gevraagd en ongevraagd steeds aan te herinneren. Gehaaid. Die reputatie, of hij nu terecht is of niet, werkt niet altijd in het voordeel van de vloot volgens De Ruiter.
Een dergelijk signaal negeren zou onverstandig zijn, zeker als het een bevestiging is van eerdere signalen. We proberen er ook rekening mee te houden en onze (maar misschien moet ik het hier over mezelf hebben), ik bedoel dus,  mijn culturele reflexen te onderdrukken. Misschien een beetje meer de soft power benadering kiezen. of, om een voetbalmetafoor te gebruiken (en dat is gepast want daar zijn wij Nederlanders nu eenmaal het beste in): In plaats van zelf op de keeper af te gaan is het soms effectiever om een assist te geven en de beter gepositioneerde spits te bedienen.

1 opmerking:

  1. Het feit dat de Nederlandse vloot in Europees ambtenarenland een "cowboy"-reputatie heeft, is op z'n zachtst gezegd merkwaardig: Europese ambtenaren hebben immers nauwelijks rechtstreeks met de Nederlandse vloot te maken.

    Het zou daarom interessant zijn om uit te zoeken waar deze reputatie op gebaseerd is: op feitelijke gebeurtenissen, of op zwartmakerijen door de Deense en Duitse autoriteiten (zoals al eerder gebeurd is)? Het "cowboy"-verhaal sluit aardig aan bij eerdere beweringen van het Duitse ministerie dat het bij Nederlandse (zee)zeilschepen zou gaan "om binnenschepen die vaak negatief opvallen bij havenstaatcontroles".

    Ongeacht de oorzaak: er zouden acties ondernomen moeten worden om die slechte reputatie te ontzenuwen en het échte verhaal te vertellen, zoals we destijds ook in Duitsland (BG-Verkehr) gedaan hebben.
    Om in de metafoor te blijven: als er onterecht buitenspel gegeven wordt mag daar best tegen geprotesteerd worden (en met filmbeelden aangetoond worden dat het duidelijk géén buitenspel was) in plaats van je er meteen maar bij neer te leggen.

    BeantwoordenVerwijderen