De Commissie rept
in haar verwijt aan Denemarken (voor zover wij weten) met geen woord over de
SOLAS uitzondering voor het "niet mechanisch voortbewogen schip". Wij wisten niet beter dan dat ons lot aan die passage
was verbonden, maar misschien ligt dat genuanceerder.
Volgens de
advocaten die de BBZ bijstaan in de Catherina zaak heeft de benadering van de
Commissie alles te maken met de kans op succes. De Commissie heeft het vrije
markt deel van de BBZ klacht overgenomen, maar het, laten we zeggen, nautisch technische aspect
van de klacht, de voortstuwing, buiten beschouwing gelaten.
Als de Commissie
besluit om naar het Hof te stappen dan wil ze voorkomen, zo zeggen onze advocaten,
dat rechters in Straatsburg iets gaan zeggen over de aannemelijkheid van de
stelling dat met het “niet mechanisch voortbewogen schip” een zeilschip werd en nog
steeds is bedoeld.
Dat wil de Commissie voorkomen,
zeggen onze adviseurs, omdat die stelling wankel is en de uitkomst onzeker. Zie maar wat er in
Duitsland is gebeurd met de ISPS zaak. Wat voor ons zo steekhoudend leek was
voor de rechter daar totale quatsch en hij wilde er maar weinig woorden aan vuil
maken.
Het onderzoek dat het Asser instituut uitvoerde
in opdracht van het ministerie naar de oorsprong van de uitzonderingsgrond maakt weliswaar aannemelijk dat men bij de
totstandkoming van SOLAS het begrip 'zeilschip' op den duur is gaan vervangen
door 'niet mechanisch voortbewogen schip', maar met hard bewijs komt ook Asser
niet. En veel meer munitie dan dat lijkt er niet te zijn.
De rechter in
Straatsburg, een leek op dit gebied, kan dus alleen afgaan op wat de verschillende partijen te berde
brengen en vormt dan haar oordeel op basis van die inbreng. Er is geen
bruikbare jurisprudentie en de vraag wordt dan welke advocaat overtuigender zal klinken. Naar welke kant
zal het dubbeltje vallen?
De Commissie
begint alleen aan een zaak als ze zeker weet dat ze hem gaat winnen en kiest de
veilige route: die van de procedurele fouten. Denemarken had moeten aantonen
dat de Nederlandse zeilschepen de veiligheid in gevaar brengen, dat de regels van Nederland inadequaat zijn, dat
alleen SOLAS goed genoeg is en tot slot dat Deense soortgelijke schepen gelijk behandeld worden.
De bruikbare
jurisprudentie voor deze benadering ligt vuistdik opgestapeld.
Dit is core business van de Commissie. Dit gaat over De Vrije Markt en de
belemmeringen die de Denen aan de Nederlanders en niet aan de
Zweden of de Denen zelf opleggen.
De Commissie
heeft overigens wel een opvatting over wat een niet mechanisch voortbewogen
schip is. “Als de Commissie er naar gevraagd wordt”, zo zei men tijdens ons laatste bezoek aan Brussel, “dan zouden
we waarschijnlijk antwoorden langs de lijn van onze antwoorden op Parlementaire
vragen in 2007”, en het was duidelijk
dat ze er liever niet naar gevaagd zouden
worden.
Die antwoorden
waren destijds nogal vaag. Verwijzende naar de Catherina antwoordde de
Commissie dat zo een schip uitgesloten is van de conventie. En ‘zo een schip’
was dan een ‘historisch schip’ of een ‘traditioneel schip’ en later werd dat een
’zeilschip’. Alle begrippen kennelijk onderling uitwisselbaar. Bij
navraag bleek eerst nog dat een zeilschip geen motor mocht hebben, maar later mocht
een hulpmotor toch ook, net zoals in de BinnenvaartRichtlijn.
Kortom, het is dus niet
ondenkbaar dat, als de Commissie doorzet naar het Hof, er een uitspraak komt
die niets zegt over het niet mechanisch voortbewogen zijn van zeilschepen. Dat zou
betekenen dat maar een deel van onze problemen wordt opgelost. In het
buitenland zullen wij dan kwetsbaar blijven ten opzichte van ISPS en ISM. In Duitsland ligt
zelfs al een vervelende uitspraak wat dat betreft.
Het
wetgevingsproces blijft (maar niet alleen om deze reden) erg belangrijk en misschien wel de
beste kans om een blijvende oplossing te vinden voor de zeilvaart.
Het is vreemd, dat de BBZ opeens zoveel vertrouwen stelt in de advocaten die haar in de Catherina-zaak bijstaan, aangezien diezelfde advocaten er tot voor kort nog helemaal niet in geloofden dat er überhaupt iets te winnen was. En die advocaten moeten ons nu adviseren over hoe de Commissie en het Hof tegen deze zaak aankijken? Ongeloofwaardig.
BeantwoordenVerwijderenOm het Europese Hof in Straatsburg als "leek" aan te merken vind ik van weinig respect getuigen.
Dat Hof heeft aanzienlijk gecompliceerdere zaken behandeld en is natuurlijk niet te vergelijken met een ambtenarenrechtertje in Hamburg.
Het gaat er niet om dat het Europese Hof beslist of zeilschepen wel of niet niet-mechanisch voortbewogen zijn.
Het gaat erom dat het Hof beslist dat iedere lidstaat dat, voor zeilschepen onder haar vlag, zelf uit mag maken en dat andere lidstaten dat vervolgens te accepteren hebben. Dat is niet zo'n moeilijke beslissing.
Dat vlaggenstaten dat recht hebben volgt immers uit de beroemde voetnoot in de SPS-code, die "de adviseurs" ook zouden moeten kennen. Die voetnoot kan heel goed aan het Europese Hof uitgelegd worden, zó dom zijn die rechters niet.
Vervolgens is er, in tegenstelling tot wat Paul beweert, voldoende jurispredentie om acceptatie in alle andere lidstaten af te dwingen.
Kortom: ik vind dit al met al een een erg zwak verhaal en eigenlijk een sterk staaltje van mis-informeren. De ISPS-uitspraak in Duitsland stelt weinig voor en kan, volgens andere rechters in Duitsland, bij een volgende gelegenheid zo weer onderuit gehaald worden. Daar moet de BBZ dan wel een initiatief voor nemen.
Het verhaal lijkt eerder (opnieuw?) een pleidooi van de BBZ om zeilschepen toch in het wetgevingsproces (2009/45/EC?) op te nemen (zoals blijkt uit "misschien wel de beste kans").
Ik vind het erg bedenkelijk, dat dit op basis van vertekende argumenten gebeurt (en bovendien nog steeds tegen de wil van de leden).