Translate

03 juli 2013

Wat staat er eigenlijk?



Ik begrijp dat er vragen leven over de brief die de BBZ aan het ministerie stuurde. De brief ging over de onderhandelingen met Denemarken en Duitsland en wat volgens de BBZ de inzet van Nederland zou moeten zijn.
Hieronder zal ik, met de opgevangen vragen in het achterhoofd, nog eens puntsgewijs proberen op te schrijven wat er nu eigenlijk staat in die brief.

In het kort:
·         De BBZ vindt dat alle Nederlandse zeilschepen met een geldig CvD, met of zonder exemptions,  een Verklaring van Gelijkwaardigheid moeten kunnen krijgen.
·         Wat de BBZ betreft worden er aan de Verklaring van Gelijkwaardigheid geen aanvullende technische eisen verbonden, niet door de Denen en niet door RH en niet door ILenT.
·         Wat de BBZ betreft is het verzoek van Denemarken om een Lean ISM in te voeren billijk omdat het een waardevol instrument is, omdat het de inlossing van een oude toezegging is (in het MoU) en omdat het zal helpen het geschil met Denemarken op te lossen.
·         De BBZ vindt dat noch de Verklaring van Gelijkwaardigheid, noch het Lean ISM door de Nederlandse overheid verplicht kan worden gesteld, maar een vrije keuze moet zijn van de scheepseigenaar.
·         Als het onderhandelingsresultaat acceptabel is dan kan de rechtszaak Catherina wat het bestuur betreft gestopt worden. Het bestuur zal echter met de uitkomst van de onderhandelingen tussen de drie landen eerst bij de leden te rade  gaan voor de rechtszaak ook daadwerkelijk gestopt zal worden.

Het ministerie en ILenT hebben gezegd dat alle schepen die Verklaring ook daadwerkelijk kunnen krijgen op basis van het CvD. Ook ILenT en RH zullen dus niet met aanvullende eisen komen en oude exemptions op brandwerendheid of lekstabiliteit, om maar eens wat te noemen,  intrekken of als ontbindende voorwaarde noemen.  

Met andere woorden, een schip dat dit jaar een CvD heeft gekregen zou er volgens de BBZ en de certificerende instanties ook een Verklaring bij kunnen krijgen. 

Wil dat zeggen dat we ILenT nooit meer over de technische eisen aan zeilschepen zullen horen en dat wat eens is vastgesteld tot in de eeuwigheid vast gesteld zal blijven?
Vast niet. Veiligheidregels zijn dynamisch. Maar voor het veranderen van regels gedurende het spel zijn ook weer regels.
De BBZ zal ook vast het gesprek weer aan moeten over onder meer de geparkeerde gele punten, de punten uit de lijst van ILenT uit 2010. Het gaat om punten waar de Blauwe Rules onduidelijk zijn of waar over verschillen van inzicht waren. Staat die discussie de afgifte van de Verklaring in de weg? Neen.

En de Infractieprocedure?
De Europese Commissie maakt zelf de afweging of ze door zal zetten met de zaak tegen Denemarken, ook als Denemarken met haar voorstellen (geen SOLAS certificaat meer) de grond voor de klacht weg neemt. In theorie bestaat de mogelijkheid dat de EC door zet naar het Hof om een oordeel te krijgen over de SOLAS eis voor Europese schepen. Je zou dan een oordeel krijgen over de oude situatie. De kans dat de EC dat doet wordt erg klein geacht.
De rechtszaak hebben we wel in eigen hand. Dat wil zeggen, we kunnen samen met de leden beslissen of we er mee door willen gaan of niet. De vraag is dan wat een kostbare zaak dan nog op kan leveren.

1 opmerking:

  1. Beste Paul,

    Een prima verduidelijking van de brief, waar denk ik veel behoefte aan was.
    Het is fijn om te zien dat overheden bewegen en weer bereid zijn om naar een pragmatische oplossing te zoeken.
    Als het uitgevoerd kan worden zoals jij nu schetst zijn we een heel stuk verder.
    Complimenten aan degenen die daar aan meegewerkt hebben.

    Maarrrr.

    Enkele zorgen blijven, vooral wat betreft de houdbaarheid van de afspraken, zowel met DK en DE als met ILenT.
    We zitten immers in deze misère omdat Duitsland en Denemarken eerder gemaakte, gelijksoortige afspraken, zonder al
    te veel problemen van tafel veegden.
    Welke garantie is er dat dit in de toekomst niet wéér gaat gebeuren, bijvoorbeeld wanneer in het buitenland andere mensen met andere ideeën het voor het zeggen krijgen? Zou er in een eventuele overeenkomst niet een ruime opzegtermijn (5 tot 10 jaar) opgenomen moeten worden, zodat áls er weer eens stront aan de knikker is de schepen en Nederlandse overheid meer tijd hebben om naar oplossingen te zoeken?
    En wat gaat er gebeuren in andere landen waar we af en toe tegen problemen aanlopen (bijvoorbeeld Spanje, Ierland)?

    Uiteindelijk is er maar één manier om rechtszekerheid te krijgen en dat is een uitspraak van het Europese Hof. Dat was ook het (enige) doel van de rechtszaak in Denemarken en zo is dat (indertijd door mij persoonlijk) aan de leden gepresenteerd. Met uitsluitend dát doel voor ogen hebben de leden diep in de buidel getast: (juridische) duidelijkheid verkrijgen.

    Je geeft zelf al aan, dat de Europese Commissie de inbreukprocedure waarschijnlijk niet door zal zetten als NL, DK en DE tot overeenstemming komen. Als dan ook nog de rechtszaak beëindigd wordt, is iedere weg naar het Europese Hof afgesloten en blijven we afhankelijk van de goodwill van buitenlandse autoriteiten.

    Mocht de rechtszaak in DK stopgezet worden, dan zou dat wat mij betreft gepaard moeten gaan met (grote) druk op de Europese Commissie om de inbreukprocedure toch voort te zetten (of om op een andere manier de vragen aan het Europese Hof voor te leggen). Niet om Denemarken dwars te zitten, maar om duidelijkheid te krijgen. Dat is in ieders belang, óók van de landen waar wij nu problemen mee hebben.

    Veel succes!
    Fokko

    BeantwoordenVerwijderen